osteoporose en artrose
Een grote groep, met name wat oudere Nederlanders, heeft in enige mate last van de gewrichtsaandoening artrose en de botaandoening osteoporose.
Artrose is een aandoening van het kraakbeen die in één of meerdere gewrichten kan ontstaan. Hierbij neemt de kwaliteit en de hoeveelheid van het kraakbeen langzaam af. In de volksmond wordt artrose ook wel gewrichtsslijtage genoemd. Kraakbeen bevindt zich aan de uiteinden van de botstukken en gedraagt zich als een soort stootkussen. Hierdoor kunnen de soms grote krachten in een gewricht worden opgevangen. Als het kraakbeen in dikte of functie afneemt, dan moet het botuiteinde de klappen opvangen. Dit leidt tot een verdikking en soms vervorming van het botuiteinde.
Artrose heeft tot gevolg dat de beweeglijkheid van een gewricht vermindert en bewegen soms pijnlijk is. De oorzaken van artrose zijn heel verschillend. In een aantal gevallen treedt artrose op na een gewrichtziekte, zoals reuma. Ook een eerder opgelopen sportletsel kan de oorzaak zijn. Soms is de oorzaak onbekend. Er bestaat nog geen goed medicijn tegen artrose. Wel worden medicijnen voorgeschreven tegen de gevolgen van artrose, zoals pijn en ontstekingen. In ernstige gevallen wordt het gewricht vervangen door een plastiek, zoals een kunstheup of een “total knee”(kunstknie).
Osteoporose is de meest gevreesde complicatie van het leven na de menopauze. Osteoporose is botafbraak, waardoor makkelijker botbreuken kunnen ontstaan. Botbreuken op oudere leeftijd genezen traag en ze leiden niet zelden tot invaliditeit. Niet alleen oudere vrouwen breken gemakkelijk botten. Ook bij mannen vindt na het veertigste jaar een versnelde botafbraak plaats. Het duurt alleen wat langer voor ze breken omdat de mannelijke botten in aanleg wat zwaarder zijn.
Bot is dynamisch weefsel. Dat betekent dat er voortdurend bot afgebroken wordt en er wordt ookvoortdurend bot aangemaakt. Tijdens de eerste dertig jaar van ons leven overweegt de aanmaak. Daarna blijft er enige tijd een evenwicht, maar al gauw overheerst de afbraak. De belangrijkste factor die opbouwen afbraak beïnvloedt, is de belasting. Hoe zwaarder de training, hoe sterker de botten. De botopbouw voor het dertigste jaar is van groot belang voor het lang in stand houden van een stevige botstructuur .
De tweede factor die de sterkte van de botten op oudere leeftijd bepaalt is de hormo
onhuishouding. Een afnemende productie van vrouwelijke hormonen heeft een versnelde botafbraak tot gevolg. Ook bij mannen, want mannen produceren zowel mannelijke als vrouwelijke hormonen. Bij de vrouw is er in de overgang een scherpe daling van de geslachtshormonen. Daardoor kan de botafbraak ineens heel snel gaan, maar dat is niet bij iedere vrouw het geval. Hier speelt aanleg dus een rol, maar ook het eventueel innemen van extra hormonen. Bij de man is de daling van de geslachtshormoonproductie heel geleidelijk, maar ook hier zijn natuurlijk grote verschillen tussen mannen onderling.
De derde belangrijke factor is de familiegeschiedenis. Als er in de familie erg veel osteoporose voorkomt, dan is de kans op een verhoogde botafbraak groter . Osteoporose is soms een echte familiekwaal. Tenslotte spelen ook dieetfactoren een rol. Wie te weinig kalk binnenkrijgt, verliest extra botweefsel. Maar de toevoeging van extra kalk aan de voeding of het nemen van kalktabletten versterkt de botten niet; het vertraagt alleen de afbraak. Overigens moet er dan ook voldoende vitamine D aanwezig zijn en de schildklier- en de bijschildklierhormonen moeten op hun normale niveau zijn. Hoeveel kalk uit de voeding daadwerkelijk in botweefsel ingebouwd wordt, is bij iedereen verschillend. Hier spelen erfelijke factoren dus een rol. Bovendien is de kalkopname afhankelijk van het maagzuur. Te weinig maagzuur betekent ook te weinig kalkopname.
De stevigheid van het bot is een subliem samenspel van voeding, hormonen en bewegen! Ook kan men door groeihormonen of door weefselopbouwende hormonen, zogenaamde “anabole steroïden”, toe te dienen,de botmassa doen toenemen. Een belangrijk punt daarbij is de belasting omdat het bot direct reageert op de belasting die eraan gesteld wordt. Daarom luidt het devies voor ouderen, zowel mannen als vrouwen:
· voldoende kalk(wie niet zeker is kan een kalktabletje nemen);
· veel bewegen (fitness);
· en vrouwen kunnen in overleg met hun arts hormoonpleisters nemen.
We willen natuurlijk graag ruim van tevoren weten of we extra risico op osteoporose lopen, of niet. Een van de problemen daarbij, is het vinden van een methode om de botdichtheid te meten zodat in een vroeg stadium de botafbraak voorspeld kan worden. Daarmee is dan een duidelijke indicatie voor de hormoontherapie gegeven. helaas bestaat er niet zoiets als een eenvoudige meting die een antwoord geeft op deze vraag. Zowel de meting van de botdichtheid, als de meting van de hormonen in het bloed, hebben alleen betekenis in samenhang met andere gegevens zoals leefwijze en familievoorgeschiedenis.
De botdichtheid wordt gemeten met röntgenstralen. Men kan meten aan de pols, het dijbeen of de lendenwervels. Die laatste methode is belangrijk omdat bij vrouwen met botontkalking de wervels brokkelig worden. Er ontstaan breuken waarbij de wervels inzakken. Hierdoor wordt iemand korter en soms ook krom. Dit proces kan later niet meer ongedaan gemaakt worden. Als de botmassa, aan de wervels gemeten, beneden een bepaalde grens zakt en er komt veel osteoporose in de familie voor dan is dat de reden om te handelen. Bijvoorbeeld met vrouwelijke hormonen.
Een enkele meting zegt niets, maar met jaarlijkse metingen kun je het proces van de botafbraak volgen. Normaal verliezen we per jaar een tot twee procent van onze totale botmassa. Een plotselinge versnelling van die afbraak duidt op een dreigende osteoporose. De maatregelen die dan genomen moeten worden hangen af van verdere risicofactoren.
Waarom is bewegen belangrijk?
Bewegen is een uitstekend hulpmiddel om de botten steviger te maken. Zo krijgt osteoporose minder kans. Ook voor mensen met artrose is een aangepast bewegingsprogramma belangrijk. Veelal denkt men dat bewegen of sport niet goed zou zijn. Dat zou pijn opwekken en wellicht de gewrichten nog sneller doen “slijten”. Dit is een groot misverstand. Door regelmatig goede oefeningen te doen, kunnen de door artrose veroorzaakte klachten worden beperkt. Gewrichten kunnen langer en beter functioneren, pijn kan verminderen en men kan langer mobiel blijven. Bewegingsvormen met lichte en ruime bewegingen, zoals wandelen, fietsen, zwemmen en speciale fitnessprogramma’s zijn over het algemeen goed. Overbelasting kan worden voorkomen door een correcte uitvoering van de oefeningen en de juiste dosering van het oefenprogramma aan te houden. De juiste dosering wordt bepaald door een combinatie van intensiteit(zwaarte), duur en het aantal herhalingen per oefening. Bij een VES-sportcentrum krijgt u een persoonlijk trainingsprogramma en een deskundige begeleiding.









