Bloeddruk
Het merkwaardige van de bloeddruk is, dat je deze belangrijke lichaamsfunctie niet zelf kunt voelen. Zelfs het hart voelt men af en toe nog eens kloppen, maar van de bloeddruk voelt men niets. Daarom merkt men een te hoge bloeddruk niet, terwijl deze toch veel schade aan kan richten. De grote vraag is echter: hoe hoog is te hoog ?
De bloedvaten van ons bloedvatenstelsel worden, hoe verder ze van het hart verwijderd zijn, steeds nauwer. Er is een zekere druk nodig om het bloed ook door de nauwste vaatjes te persen. Is de druk te laag, dan stokt de doorbloeding van de weefsels. Is de druk veel te hoog, dan wordt de bloedstroom ook belemmerd doordat de bloedvaten zich vernauwen om weerstand te bieden aan de grote druk in het bloedvatenstelsel. Maar omgekeerd, kan de bloeddruk fors oplopen als de kleinere bloedvaten zich ineens vernauwen. De bloeddruk is geen constant gegeven, maar een telkens wisselend systeem dat zich aanpast aan omstandigheden en behoeften. Als we liggen heeft het lichaam weinig moeite om het bloed rond te laten stromen, maar als we overeind komen, is er een enorme aanpassing nodig om te voorkomen dat er even geen bloed meer naar boven wordt gepompt. Wie die aanpassing niet snel genoeg uitvoert, wordt even duizelig door een tijdelijk tekort aan bloed in het hoofd.
De bloeddruk is dus een dynamisch geheel met sterke wisselingen. Overdag is hij hoger dan ‘s nachts, bij tijden van spanning en inspanning is hij hoger en ook door angst of emotie kan de bloeddruk flink oplopen. Dat is de verklaring voor het feit dat veel mensen bij de dokter op het spreekuur een hogere bloeddruk hebben dan gewoon thuis .
Ook wat de bloeddruk betreft zijn er grote verschillen tussen de mensen. We weten alleen niet precies welke verschillen. De een leeft waarschijnlijk probleemloos met een wat hoge bloeddruk, terwijl de ander met een nauwelijks verhoogde bloeddruk al schade lijdt. En dan weet men het nooit zeker of die schade wel werkelijk door de hoge bloeddruk veroorzaakt werd. De schadelijkheid van een te hoge bloeddruk is eigenlijk alleen statistisch aangetoond. Dat wil zeggen dat in de groep mensen met een hoge bloeddruk, vaker beroertes, hartinfarcten, oogproblemen en nierstoornissen optreden dan in een groep mensen met een lage bloeddruk.
Hoe ouder we worden des te hoger wordt de bloeddruk. Maar eigenlijk weten maar weinig mensen hun normale bloeddruk omdat je zoiets pas gaat meten als er een aanleiding voor is. Daarom is een te hoge bloeddruk meestal een toevalvondst bij keuringen. Op dat moment hebben arts en patiënt een probleem. Was die bloeddruk altijd aan de hoge kant ? Of was het uitdrukking van een ziekte die behandeld moet worden ? En hoe hoog is te hoog ?
De bloeddruk bestaat uit twee waarden. De hoogste druk ontstaat als het hart zich samentrekt en het bloed met kracht in het vaatstelsel spuit. Daarna neemt de bloeddruk weer af om zijn laagste waarde te bereiken als het hart zich ontspant. Met iedere hartslag schommelt onze bloeddruk tussen deze twee uitersten.
Deze twee uitersten worden onderdruk en bovendruk genoemd. De onderdruk is de belangrijkste. Is de bovendruk te hoog dan is dat telkens maar voor even. Is de onderdruk te hoog dan is dat voortdurend. Daarom wordt bij de grenswaarde voor een te hoge bloeddruk altijd de onderdruk genoemd.
De normale bloeddruk van een jonge volwassene is 120/80, uitgedrukt in millimeters kwikkolom. Iemand van middelbare leeftijd heeft een druk van 140/90. De bovendruk kan enorm variëren. De onderdruk dient min of meer constant te blijven, maar bij (in)spanning kan die ook flink oplopen. Vandaar dat een enkele meting niet voldoende is. Als er minstens drie maal gemeten is, met tussenpozen van minstens een week en bij alle metingen was de onderdruk boven de negentig bij jeugdige volwassenen of boven de 100 bij ouderen, dan kun je van een verhoogde bloeddruk spreken. Dat is nog geen reden voor behandeling .
Afvallen, als iemand iets te zwaar is, levert altijd een bloeddrukdaling die vaak net voldoende is om uit de gevarenzone te komen. Wij verwijzen u hierbij naar de VES-cursus sportief afslanken. Geen alcohol meer drinken is een maatregel die ook helpt, zeker als iemand vrij regelmatig meer dan twee tot drie consumpties per dag dronk. Alcohol werkt namelijk bloeddrukverhogend. Verder zijn ontspanningsoefeningen aan te raden.
Over de klassieke maatregel tegen hoge bloeddruk: het zoutloze dieet, heerst verschil van mening. Het idee erachter is eenvoudig: de nier regelt de vochthuishouding in het lichaam aan de hand van de zoutconcentratie in het bloed. Daalt de zoutconcentratie dan wordt meer vocht afgescheiden om de zoutconcentratie in het bloed weer te verhogen. Door de extra vochtuitscheiding daalt de bloeddruk. Klinkt logisch, alleen de praktijk is anders. Dagelijks krijgen we gemiddeld meer dan tien gram zout binnen. Meer dan de helft daarvan is zout dat zich al in de verschillende voedingsmiddelen bevindt. Zelfs als we geen korrel zout meer aan ons eten toevoegen, krijgen we nog drie tot zes gram zout dagelijks binnen. Om een werkelijke bloeddrukdaling te bereiken zouden we de zoutinname per dag tot minder dan drie gram moeten beperken en het is zeer de vraag of dat wel haalbaar is.
Omgekeerd kan teveel zout wel tot een verhoogde bloeddruk leiden, al zijn de bewijzen hier slechts statistisch. Onder mensen die een hoog zoutgehalte in de urine hebben, komt veel meer hoge bloeddruk voor dan bij mensen die weinig zout binnenkrijgen. De moraal van dit verhaal luidt dat een complex van maatregelen, zoals afvallen, geen alcohol gebruiken, zo zoutarm mogelijk eten en tenslotte ook stoppen met roken en lichamelijke (ontspannings)oefeningen, meestal voldoende zijn om een licht tot matig verhoogde bloeddruk te doen dalen. Een ernstig verhoogde bloeddruk moet met medicamenten behandeld worden.









